Why I run…

Dit artikel werd geschreven door mijn favoriete running buddy Kenny Peeters, die je kan terugvinden als @crazyproudmum op Instagram. Show her some love!

_____________________________________________________________________________________________

Why I run…

Right… here it goes…

Eerst een throwback naar 2007, het jaar dat ik voor de tweede keer mama werd. Vier jaar na de geboorte van onze fantastische dochter, kwam onze geweldige zoon erbij. Zwanger zijn was voor mij tweemaal een noodzakelijk kwaad, het enige leuke waren de stampjes van de kids en het (jaja ik weet het, onterechte) excuus voor twee te kunnen eten en snoepen. Ik had zeker en vast niet te weinig of te gezond gegeten tijdens de laatste zwangerschap. Gevolg: zwangerschapsdiabetes tijdens de laatste maand en een half jaar na de bevalling nog steeds 20 kilo overgewicht… eigen schuld, dikke bult!

Ik haatte het overgewicht, maar die zwangerschapsdiabetes was de ultieme hel! Amper een glimp opvangen van een simpele boterham en dat suikerpeil als een gek de hoogte in zien gaan, geen pretje.

De lieve dokter die me opgevolgd had wond er geen doekjes om: “Juffrouwtje, die BMI moét onder de 25 en je moet minstens drie keer per week een half uur sporten, zo niet heb je 30% meer kans om diabetes type 2 te krijgen”. Wait.. WHAT? Die BMI schommelde sinds mijn veertiende al rond de 25, ongeveer dezelfde periode dat ik een sportallergie ontwikkelde.

Zes maanden later (verliefd op mijn kids, maar de roze wolk nog niet gezien, op het nippertje aan een postnatale depressie ontsnapt, BMI nog steeds 30 en sportallergie heel erg aanwezig) toch de stap gezet en hulp gezocht in de vorm van voedingsadvies en begeleid bewegen.

Nog eens 18 maanden later, en 18 kilo lichter, was het tijd om de touwtjes met de voedings- en beweegdeskundige door te knippen.

Als de dood om te hervallen in de luie en bourgondische levensstijl, en alsnog die gruwelijke diabetes te krijgen eens beginnen denken over een sport die me toch wat zou liggen.

Hopeloos! Tot een buurvrouw met een sportieve opwelling me vroeg of ik met haar wilde gaan joggen. Joggen, BLAH! Ondanks de sputterende sportallergie, overwon de eeuwige ja-zegger in mezelf en voor ik het wist stond ik in blinkende nieuwe loopschoentjes aan de Finse piste.

Een schema volgen deden we niet echt, we hobbelden maar wat aan en bereikten, met veel gezaag en geklaag van mijn kant, het magische doel ‘dertig minuten lopen’ (zij die denken dat dat gelijk staat aan 5km zijn eraan voor de moeite).

Het kabbelde zo maar wat verder, eens wat sneller en dan weer wat langer, maar om nog steeds onduidelijke redenen haakte de buurvrouw stilaan af (misschien zat mijn gezaag er voor iets tussen).

Putteke winter stond ik daar dan; helemaal alleen met mijn niet zo nieuwe en niet zo blinkende loopschoentjes.

Mezelf kennende, een mens dat lui van aanleg is met nog steeds een sportallergie en zonder ruggengraat (bij wijze van spreken), sta ik nog steeds versteld dat ik die loopschoenen niet ergens in een hoekje heb gegooid en toch heb doorgebeten.

Eerder toevallig vond ik een tijd later aansluiting bij twee vriendinnen die samen af en toe gingen lopen en voor we het goed en wel beseften liepen we samen 10km aan een stuk, een immense triomf (ik ben wel drie keer gestorven tijdens die 10km, maar wat een heerlijke kick achteraf).

Ondertussen had ik gemerkt dat ik, als ik regelmatig liep, me best wat extra eten kon permitteren zonder ruzie te krijgen met de weegschaal: DE drijfveer om niet op te geven.

Een jaartje later begon de sleur er wat in te komen, het leek wel of de limiet bereikt was met die 10km.

Hoog tijd om een nieuw, ambitieus doel te stellen dus: de Antwerp Ten Miles 2014 uitlopen.

Ditmaal met schema, de loopvriendin had het helemaal uitgezocht. Het was soms afzien, maar meer en meer genieten van elke kleine overwinning, gaande van 5 minuten langer lopen dan ooit ervoor tot snelste 10km en zelfs een plaatselijk wedstrijdje aan een redelijk tempo uitlopen.

Twee weken voor de Ten Miles hadden we onze eerste 15km toer gelopen, we waren er klaar voor. Met veel stress, waarschuwingen voor te snel starten en de ‘Konijnenpijp’ trokken we richting Antwerpen waar onze gezinnetjes voor ons kwamen supporteren. Ik heb genoten van de doldwaze ervaring die deze run was; duizenden mensen die je vanop de straatkant aanmoedigen – editie 2014 stond je voornaam op je borstnummer – geklap en gezang in de loodzware tunnels, mijn man en kinderen tot tweemaal toe in de massa spotten en als kers op de taart de aankomst: bloedrood en zwetend als een paard, maar hand in hand met mijn running buddy. Dat doet wat met een mens. Eén klein minpunt aan de ervaring waren, naast overwegend schouderklopjes en reacties vol lof, de minimaliserende opmerkingen à la “1u42 op 16km, amaai das traag”. Maar ach, betweters zijn van alle tijden denk ik dan.

In het jaar dat volgde was het trainen op de roes van de Ten Miles en een keertje de ‘Dwars door Hasselt’ meepikken. Ik was er ondertussen zo eentje geworden die de eerste, loodzware 3 km moest zien door te komen om dan, meestal, vrij vlot en zonder al te veel zagen 10-15km afwerkte.

Liep ik graag? Soms wel, soms niet. Het lopen was een gewoonte geworden en het hielp me vooral op gewicht te blijven zonder te moeten inboeten aan lekker eten.

Het was pas vorige zomer dat ik de echte kracht van het lopen ontdekte. Na een drukke en heftige periode waarin ik te diep in het rood was gegaan op professioneel vlak, was er de vakantie. Je zou denken dat een mens daarvan opkikkert, niets was minder waar; het zogenaamde zwarte gat lag te loeren en sloeg genadeloos toe, met een serieuze dip tot gevolg. Lopen, belachelijk veel lopen, voor een recreatieveling, bracht rust in mijn hoofd. Een gewoon rustig loopje draaide eens uit op een immense uitputtingsslag met een knaller van een persoonlijk record en tranen met tuiten als resultaat. Passanten bekeken me met vreemde, bemoedigende of bedenkelijke blikken, maar wat wil je als je in je meest fashionable outfit moederziel alleen loopt te hijgen en te janken.

Dat was het moment waarop het ontegensprekelijke besef kwam dat ik niet enkel meer liep om te kunnen eten, maar ook om te ventileren en voornamelijk, al gaf ik het niet graag toe, te genieten.

Een blessure leerde me doseren en mijn running buddy was na een blessure ook weer beschikbaar, een ideale nieuwe start.

2017 was al een mooi en vooral tof loopjaar; Enkele Runners’Lab crew runs in Antwerpen – naast Hans van Alphen door Antwerpen lopen is toch wel speciaal – het verbeteren van mijn tijd op de Ten Miles met bijna 20 minuten, wekelijkse runnekes van het werk naar huis, veel fun met de loopbuddy, een lieve en vooral zotte vriendin coachen bij het beginnen lopen, af en toe een runneke met zoon-, dochter- of manlief naast me op de fiets en nu zelfs een loopclubje gestart met de collega’s.

Een mooie outfit – mijn black and gold glitteroutfit zal zeker niet beboet worden door Jani of de ‘fashion police’ – draagt voor mij absoluut bij tot een geslaagde run. De loopschoenen met hoge wow-factor moet ik echter vaak links laten liggen, gezien degelijke en aangepaste (ook al zijn ze spuuglelijk zoals mijn laatste paar ‘ugly ass friends’) exemplaren zijn nu eenmaal superbelangrijk om blessures te voorkomen.

Hoe meer ik zelf van het lopen begin te genieten, hoe meer de microbe op mensen uit mijn omgeving overslaat. Het is echt een onbeschrijfelijke high als iemand vertelt dat ze, aangestoken door mijn enthousiasme, begint met lopen of eindelijk dat doel haalt of eens een grens verlegt.

Heb ik ambities? Ja! Het zijn echter geen spectaculaire ambities. Hoewel ik enorm opkijk naar marathonners en ultralopers en het heerlijk vind hun verhalen en tips te volgen op de Facebook groep KoR, staan zulke afstanden niet op mijn bucket list. Mijn running buddy zou ooit graag een marathon uitlopen, dan zal ik er voor haar zijn, meetrainen en haar op elk gebied steunen, zonder meer.

Ik wil gewoon blijven lopen – om te eten, om te razen, om me te amuseren – mezelf op dat gebied blijven uitdagen en grenzen verleggen, plezier beleven aan elke run, intens genieten van de prachtige omgeving die ik dagelijks passeer (de vieze beestjes neem ik er graag bij), collega’s, vrienden en kennissen inspireren en zelfs helpen.

Ik loop in de eerste plaats voor mezelf, al is het natuurlijk leuk wanneer mensen met verstomming geslagen zijn als ik eens zotte afstanden loop. Uiteraard zijn er ook de rollende ogen als ik weer eens een foto van een runneke op Instagram zwier – met mijn favoriete #ifthisgirlwantstoeatshehastorun eronder – of eindeloos tater over een goeie run, maar die zullen me worst wezen.

Ik voel me vrij goed in mijn vel en volgens sommigen heb ik een ‘runner’s glow’.

De langste afstand die ik ooit liep is 25km en daar zal het bij blijven, denk ik. Ik ben tenslotte maar een middelmatige recreatieve loopster, die dankzij de running buddy, de zotte beginnende vriendin en de collegaatjes op verschillende tempo’s loopt. All the way gaan is voor de solo runs, en nog dat tikkeltje verder gaan lukt enkel tijdens een loopevenement.

Door de jaren heen besefte ik meer en meer dat je geen (Instagram) babe hoeft te zijn of voor een marathon hoeft te trainen om een ‘echte runner’ te zijn. Je kan ook gewoon een doorsnee, 37-jarige, zotte vrouw zijn en genieten van elke run, al is het soms afzien!

Wie weet kan ik ooit die eerste, ellendige 3km wel eens overslaan… of misschien zijn het net die loodzware loopmomenten die me extra energie geven?

So, why I run? Because I can and because I like it… and don’t forget: if this girl wants to eat she has to run!

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

A blog about beauty, fashion, lifestyle and interior.

Follow us on Facebook
Follow Curly Red
Follow Straight Blonde